Home page / Leer media maken / Fotocamera kiezen
Hoe kies je een eenvoudige digitale camera voor fotojournalistiek
Door Boyd Noorda, Socia Media, update 4 juli 2006
Allereerst: je hebt geen peperdure, professionele spiegelreflex camera nodig om goede fotojournalistiek te bedrijven. Als je het kunt betalen, leuk natuurlijk, maar met een eenvoudiger camera lukt het ook.
Zo'n camera is meestal ook veel kleiner dan een spiegelreflex. Dat valt minder op en een kleine camera kun je altijd bij je hebben! Maar waarop moet je letten bij de keuze van een eenvoudige digitale camera met vast objectief?
- Tenzij je echt weet wat je doet: koop geen camera die je niet zelf in handen hebt gehad en liefst even kon uitproberen. Neem desnoods zelf batterijen en een passende (geleende) geheugenkaart mee om er in te stoppen en wat testfoto's te maken.
Lees vooraf testrapporten van je kandidaten op de betere websites, bijvoorbeeld www.dpreview.com, www.imaging-resource.com en www.steves-digicams.com.
- 3 megapixel (ook een 2e handsje dus) is al voldoende, zeker voor webfoto's en tijdschriftfoto's tot maximaal een halve pagina A4. Staar je niet blind op megapixels, bedenk dat meer megapixels ook meer opslag betekent (ruimte op je harde schijf, de stapel archief-CD's). Zelfs professionele fotojournalisten hebben meestal camera's met niet meer dan 6 megapixel.
- Moet een 'echte', goede zoeker hebben, waar je door heen kijkt. Dat kan een optische zoeker zijn (feitelijk een gat in de camera met wat lensjes, waar je door heen kijkt). Zo'n zoeker moet goed aangeven hoe veel er precies op de foto komt en alles groot genoeg laten zien om op details te kunnen letten, bijvoorbeeld de gezichtsuitdrukkingen van mensen.
Het kan ook een elektronische zoeker zijn, met een schermpje in de camera. Daarmee zie je precies wat de camera ziet, net als bij een spiegelreflex camera. Let vooral op of de zoeker niet 'te traag' is (het zoekerbeeld ijlt na als je de camera beweegt) en ook een duidelijk beeld geeft (eventueel zwart/wit) in donkere omstandigheden.
Alleen een schermpje op de achterkant van de camera is onvoldoende. Je moet dan de camera een stuk van je af houden (zeer opvallend en lastig met mensen om je heen). En het volgen van onderwerpen en het stil houden van de camera is veel moeilijker dan met een echte zoeker.
- Het objectief. Let vooral op het zoombereik. Aan de brandpunt-afstanden zoals ze op de lens staan heb je meestal niets. Het bereik moet opgegeven zijn vergeleken met kleinbeeld (35mm film) objectieven.
28mm of kleiner is een leuke groothoek, maar redelijk zeldzaam. Veel camera's beginnen met 35mm en dat is maar een klein beetje groothoek. Aan de tele-kant: 90mm is maar een beetje tele, maar je kunt er al goed portretten mee maken op een beetje afstand, 200mm is al een aardige telelens. In principe is meer bereik altijd beter, maar ook altijd duurder. En zoomlenzen met een groot bereik hebben meer vertekening (vooral in groothoek-stand) en eerder last van donkere hoeken.
Kies voor meer groothoek-bereik als je regelmatig 'bovenop en middenin' de actie wilt kruipen voor je foto's. Kies voor meer tele-bereik als je onopvallend met wat afstand foto's wilt maken of een goed oog hebt voor markante details.
Het zoomen zelf: veel camera's hebben een duw- of kantel-schakelaar om in en uit te zoomen. Controleer of dat lekker werkt: snel genoeg, maar ook makkelijk op tussenstanden in te stellen. Het best is gewoon een mechanische draai- of schuifring op het objectief zonder motortje, net als bij zoomlenzen voor spiegelreflex camera's.
- Sommige camera's hebben ook een 'digitale zoom', maar die is niet belangrijk. Bij digitaal inzoomen doet de camera niets anders dan het middengedeelte van z'n eigen foto uitvergroten. Je krijgt dan wel een uitvergroot beeld, maar het aantal pixels van dat vergote deel blijft gewoon hetzelfde. Soms proberen camera's er weer wat pixels bij te verzinnen om de resolutie wat te verhogen, maar echt helpen doet dat niet. Op de computer kun je veel nauwkeuriger en makkelijker een deel van de foto uitvergroten. Digitale zoom is eigenlijk alleen handig als je zonder tussenkomst van de computer toch een extreme telefoto wilt uitprinten. Daarvoor kun je een (geschikte) printer direct op de camera aansluiten.
- De camera moet snel scherpstellen. Dat bepaald feitelijk je reactiesnelheid, zie ook het punt hieronder over de sluiter.
Zodra je de 'ontspanknop' (afdrukknop) indrukt, gaat de camera altijd eerst lichtmeten (kwestie van miliseconden) en scherpstellen (dat duurt relatief lang, zeker in een wat donkere omgeving). De camera moet ook duidelijk laten weten (liefst geluidloos met een signaaltje in de zoeker, anders met een piepje) dat'ie klaar is met lichtmeten en scherpstellen.
Let ook op een eventueel 'hulplicht' voor scherpstellen in het donker. Een (infrarood) hulplampje in de camera kan een prima oplossing zijn, maar alleen als het nauwelijks zichtbaar is. Goed zichtbare hulplichten of zelfs lichtpulsen van de flister zijn erg vervelend. Ze richten de aandacht van iedereen op de fotograaf en/of het gefotografeerde onderwerp.
Erg prettig is het wanneer je met de hand kunt scherpstellen en het objectief nauwkeurig op een bepaalde afstand kunt instellen en daarop laten staan. Voorbeeld: je loopt mee in een demonstratie en ineens gebeurt er van alles om je heen. Met een camera die telkens opnieuw moet scherpstellen, been je dat niet bij. Handig is dan als je de camera op groothoek en 2 meter afstand kunt zetten en zonder scherpstellen snel achter elkaar kunt doorgaan met schieten.
- De sluiter moet snel af gaan. De ontspanknop van de meeste camera's kun je op 2 manieren gebruiken:
- Je drukt hem meteen helemaal in. Dat doe je eigenlijk alleen als je niet voorbereid was en toch zo snel mogelijk een foto wilt maken. De camera moet dan eerst nog lichtmeten en scherpstellen en neemt daarna de foto, sneller kan eenvoudig niet. Wees niet verbaasd als dat wel een seconde duurt en 'het juiste moment' al lang voorbij is. Hoe sneller, hoe beter dus.
- Je kunt de ontspanknop ook half indrukken. De camera meet dan het licht en stelt scherp (en meldt meestal ook daarmee klaar te zijn), maar wacht met de foto maken tot je de knop helemaal indrukt. Dat is de goede manier: door je camera kijkend druk je de knop half in, laat de camera lichtmeten en scherpstellen, en dan wacht je het juiste moment af. Nu moet de camera 'voor je gevoel' onmiddelijk de foto maken als je de knop doordrukt.
Een vertraging van 0,1 of 0,2 seconde is goed werkbaar, sneller is atijd beter (zie de testrapporten). Prettig is als je (zachtjes) het exacte moment van de foto (dat de sluiter open gaat) kan horen.
- Prettig is ook als de camera een korte, snelle serie foto's kan maken, zoals 3 of meer foto's binnen een seconde. Dat is bijvoorbeeld handig bij sommige sprekers, waarvan je soms wel 20 foto's moet maken om 1 leuke foto (zonder ogen dicht of gekke bek) over te houden.
- Flits: het anti-rode-ogen geknipper van de flits moet uitgezet kunnen worden. Dat vertraagt de foto en waarschuwt iedereen voor de foto: alleen geschikt voor feestjes. Liefst moet de flitser helemaal uitgezet kunnen worden, zodat je ook onopvallend kunt fotograferen in wat donkerder omstandigheden.
Helemaal mooi is als je ook een losse flitser kunt gebruiken.
- Programma-instellingen: Naast 'volautomatische' programma's (P, sportfoto, nachtfoto e.d.), liefst ook A (diafragma-voorkeuze) en S (sluitertijd-voorkeuze) instelling, en M (handinstelling). Nu denk je misschien: "Alles automatisch is wel zo makkelijk". Maar wanneer je de smaak te pakken krijgt, wil je toch dingen zelf gaan instellen. En soms is dat ook nodig om überhaupt een goede foto te kunnen maken.
- Instelbare lichtgevoeligheid (vroeger filmgevoeligheid), minimaal tot ISO 400 (liefst hoger) voor donkere omstandigheden. Probeer de bruikbaarheid van de hoge instellingen vooraf te testen of lees de testrapporten. Veel camera's hebben wel hoge instellingen (bijvoorbeeld ISO 1600), maar de hoogste instellingen zijn vaak niet echt bruikbaar: er komt te veel ruis in het beeld (doet denken aan de 'grove korrel' van een hoog lichtgevoelige analoge film, maar is meestal veel lelijker). Bij het verkleinen tot een webfotootje valt dat grotendeels weg, maar een grote afdruk kan erg lelijk en onscherp worden.
- Camera's met veel knoppen lijken ingewikkeld en lastig, maar zijn dat vaak niet. Juist een camera met slechts een paar knoppen is lastig in te stellen: Bij alles wat je wilt veranderen, moet je een menu oproepen en bladeren. Een goed ontworpen camera heeft een paar extra knoppen, waarmee je snel de belangrijkste instellingen (bijvoorbeeld de lichtgevoeligheid) kunt wijzigen. Een alternatief voor 'veel knoppen' is een camera die verschillende, zelf gemaakte instellingen kan opslaan. Je kunt dan bijvoorbeeld snel wisselen tussen jouw instellingen voor 'buiten met volle zon' en 'binnen met weinig (kunst)licht'.
- Geheugenkaarten. Er zijn vele standaarden. Als je al geheugenkaartjes en een kaartlezer voor de PC hebt, is het natuurlijk handig als de camera dezelfde kaartjes kan gebruiken. Belangrijk bij reportagefotografie is ook de snelheid van de kaartjes: zo snel mogelijk. Maar koop ook geen onnodig dure kaartjes. Elke camera heeft een maximale schrijfsnelheid, dus in de praktijk kan een 10x kaartje net zo snel zijn als een 80x kaartje. Wanneer de camera een grote 'buffer' heeft (het snelle 'tussengeheugen', waar de camera de foto's tijdelijk opslaat), kun je sneller achter elkaar foto's maken, ook als de geheugenkaart niet snel is. Lees de testen en de forums.
- Aanvullende apparatuur-tip: Vergeet de 'digitale donkere kamer' niet: Jouw PC. Snelheid is minder belangrijk, gewoon wat jij voldoende snel vindt. Maar als je foto's levert voor websites of bladen, dan heb je wel altijd een geschikte computermonitor nodig, met een goede kleurenweergave en voldoende contrast. En die moet je liefst ook regelmatig 'calibreren' (kleuren, helderheid en contrast instellen) met zo'n speciaal muisachtig doosje dat je aan het snoer voor je scherm hangt (een screen calibrator). Alleen met een gecalibreerde monitor kun je foto's bewerken tot een eindproduct, dat er bij iedereen normaal uitziet.
Denk daar ook aan als je je geld uitgeeft: met een goedkopere camera en een goede gecalibreerde monitor, lever je betere kwaliteit af dan met een dure camera en een slechte monitor.
Home page / Leer media maken / Fotocamera kiezen
|